Verslag bijeenkomst Haarlemse horeca en stadsbestuur d.d. 10 december 2025

09-01-2026
Horecaoverleg Haarlem 10 12 2025

Op dinsdag 10 december vond in PHIL een bijeenkomst plaats tussen Haarlemse horecaondernemers en het stadsbestuur, vertegenwoordigd door burgemeester Jos Wienen en wethouder Economie Robert Berkhout. Met ruim vijftig aanwezige horecaondernemers was de opkomst groot. Namens de gemeente waren naast het bestuur ook beleidsadviseur Martin Kok en meerdere ambtenaren aanwezig, waaronder ambtenaren van handhaving en openbare orde en veiligheid.

Tijdens de avond werd gesproken over uiteenlopende thema’s die de sector raken, zoals het nieuwe op te stellen horecabeleid, handhaving, terrassen, mobiliteit en parkeren en de inrichting van de openbare ruimte. De avond kenmerkte zich door het open gesprek, met ruimte voor vragen, interactie en kritische reflectie vanuit de zaal. Voor KHN Haarlem werd deze bijeenkomst ervaren als een eerste, positieve stap richting het verbeteren van de relatie en samenwerking tussen gemeente en horeca.

Toekomst van het horecabeleid

Tijdens de bijeenkomst werd uitgebreid stilgestaan bij de ontwikkeling van nieuw horecabeleid. Daarbij werd benadrukt dat dit beleid niet alleen gericht is op de korte termijn, maar vooral toekomstbestendig moet zijn voor de komende jaren. In relatie tot de aankomende gemeenteraadsverkiezingen en de wens om het traject participatief vorm te geven, werd als ambitie uitgesproken om het nieuwe horecabeleid uiterlijk begin 2027vast te stellen. Er werd geconstateerd  dat Haarlem feitelijk nog nooit één integraal horecabeleid heeft gehad; tot nu toe is gewerkt met losse beleidsstukken en thematische kaders.

De wens werd uitgesproken om te werken met themasessies en uiteindelijk te komen tot een samenhangende totaalvisie: wat wil Haarlem zijn als stad, en welke rol speelt horeca daarin? Volgens meerdere aanwezigen is dit een vraag die voortdurend gezamenlijk gesteld en herijkt moet worden. In dat kader kwamen ook bredere stedelijke ontwikkelingen aan bod, zoals de transformatie van winkelstraten, de verschuiving van winkels naar horeca en de problematiek rondom leegstand. Hoewel er voor veel afzonderlijke onderdelen al beleid bestaat, werd de behoefte aan meer samenhang en balans nadrukkelijk benoemd. Daarbij werd de vraag gesteld wat deze balans concreet betekent voor de manier waarop de stad naar horeca kijkt en naar welk gezamenlijk eindbeeld wordt toegewerkt?

Beleidsadviseur Martin Kok lichtte toe dat het nieuwe horecabeleid samen met verschillende partijen wordt voorbereid, waarbij nadrukkelijk ook bewonerscollectieven worden betrokken. Hun beleving van de stad vormt een belangrijk uitgangspunt in het proces. Vanuit de zaal werd gevraagd wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor het opstellen van het beleid en hoe ondernemers gedurende het traject goed aangehaakt en bereikbaar blijven. Daarbij werd gewezen op het belang van duidelijke contact- en voortgangsinformatie. Voor dit traject is Martin Kok het eerste aanspreekpunt; hij is bereikbaar via martin.kok@haarlem.nl.

Handhaving en uitvoering

Het onderwerp handhaving leidde tot een uitvoerig gesprek. Vanuit de gemeente werd aangegeven dat de regels op zichzelf duidelijk zijn, maar dat de uitvoering en interpretatie in de praktijk soms tot frictie en vragen leiden. Met name rondom terrassen werd benoemd dat iedereen het in de basis eens is over heldere lijnen, maar dat het ontbreken van een goed en actueel register tot tijdelijke problemen leidt. Ondernemers gaven aan dat gesprekken met handhaving niet altijd als prettig worden ervaren, waarbij werd erkend dat handhaving per definitie ongemak met zich meebrengt. Tegelijkertijd werd gewezen op situaties waarin het bij de ene ondernemer wel kan en bij de andere niet, wat leidt tot discussie en frustratie. Maatwerk leidt immers bijna per definitie tot afwijkingen per vergunninghouder.

Er werd gesproken over het belang van consistentie en een duidelijke ‘tone of voice’. Het voorstel om aan het begin van het seizoen gezamenlijk een rondje te maken werd genoemd als mogelijke oplossing. Ook kwam het idee naar voren van een mapje met afspraken, zodat helder is welke regels gelden. Daarbij werd benoemd dat in de praktijk vaak nieuwe regels ‘boven komen drijven’ die ondernemers niet hebben meegekregen. Het opnieuw printen en verspreiden van dergelijke afspraken, twee jaar later, werd als frustrerend ervaren.

De problematiek werd als gelaagd omschreven. Enerzijds spelen de tijdelijke uitbreidingen uit de coronaperiode nog mee, anderzijds is er spanning tussen toegankelijkheid, veiligheid en ruimtegebruik. De wens om toe te werken naar meer uniformiteit in terrassen werd uitgesproken, terwijl tegelijkertijd werd erkend dat maatwerk nodig blijft. De gemeente gaf aan regelmatig contact en discussie te hebben met ondernemers en benadrukte het belang van een transparanter proces.

Openbare ruimte, mobiliteit en parkeren

Het gesprek verbreedde zich vervolgens naar de inrichting van de openbare ruimte, mobiliteit en parkeren. Thema’s als vergroening, fietsparkeren en toegankelijkheid kwamen hierbij samen. Er werd benoemd dat zowel fietsen als terrassen veel ruimte innemen en dat steeds opnieuw de vraag speelt hoe de stad veilig en toegankelijk kan blijven voor iedereen. Dit werd gezien als een voortdurend spanningsveld, waarin brede samenhang en evenwicht nodig zijn. Terrassen en groen zijn belangrijk voor de stad, maar vormen niet de enige belangen die bediend moeten worden.

Specifiek werd de Damstraat genoemd, met de vraag of hier nog wel sprake is van een rijbaan en of die in de huidige vorm nog noodzakelijk is. Herinrichting van straten werd door de gemeente als een serieus en zorgvuldig traject geschetst, waarbij ook de beschikbare begroting een belangrijke rol speelt. Vanuit de zaal werd nadrukkelijk gevraagd wanneer horeca wordt betrokken bij dit soort plannen. Daarbij werd aangegeven dat horecabeleid, groenbeleid en toegankelijkheidsbeleid meer in samenhang moeten worden bekeken. De gemeente gaf aan dat herinrichtingen pas worden opgepakt op het moment dat een straat aan vervanging of groot onderhoud toe is, en benadrukte dat deze trajecten vervolgens serieus en integraal worden uitgewerkt.

De Appelaar werd expliciet genoemd in relatie tot parkeren. Er werd bevestigd dat dit een complex vraagstuk is, waarbij het onderscheid tussen bewonersgarages en bezoekersgarages, de noodzaak van inkomsten en uiteenlopende afwegingen en uitdagingen een rol spelen. Ook praktische zaken, zoals de inzet van een verkeersregelaar tijdens de kerstmarktdag, kwamen aan bod. Het belang van duidelijke communicatie en het belang van het vastleggen van afspraken werd hierbij onderstreept. Daarnaast werd aangegeven dat de gemeente dit onderwerp verder zal meenemen en er opnieuw inhoudelijk naar zal worden gekeken.

Dienstverlening en loketten

Ondernemers brachten de telefonische bereikbaarheid van de gemeente ter sprake, met name het algemene nummer 14023, waar men niet of laat wordt teruggebeld. De wens voor een horecaloket werd uitgesproken, met de vraag of dit binnen het nieuwe beleid kan worden opgenomen. Sneller contact en snellere oplossingen werden gezien als essentieel voor efficiënte dienstverlening. Tegelijkertijd werd de vraag gesteld hoeveel loketten wenselijk zijn en hoe versnippering daarvan kan worden voorkomen. Er werd verwezen naar voorbeelden uit andere steden, zoals Den Haag, en de vraag werd gesteld wat daar werkt en wat niet, zeker in een historische stad als Haarlem. De lange doorlooptijd van vragen en vervolgvraagstukken werd als knelpunt benoemd, met de oproep om dit beter te organiseren.

In dit kader kwamen ook vergunningstrajecten aan bod. Ondernemers gaven aan dat vergunningprocedures lang kunnen duren, soms zes weken, maar in andere gevallen oplopend tot vijf en een halve maand. Er werd genoemd dat ondernemers graag samen met de gemeente willen nadenken over verbeteringen en dat er werkbezoeken kunnen worden gepland, onder andere in Den Haag, om hiervan te leren.

Voorstel concrete acties

Als mogelijke vervolgstappen werden tijdens de bijeenkomst enkele concrete acties benoemd. Zo werd voorgesteld om aan het begin van het terrassenseizoen gezamenlijk een rondgang te maken langs horecaondernemers. Dit zou bijdragen aan wederzijds begrip, vroegtijdige afstemming en het voorkomen van misverstanden gedurende het seizoen.

Daarnaast werd het idee geopperd om een overzichtelijk document op te stellen ten behoeve van handhaving, waarin per horecaonderneming de geldende ‘regimes’ worden vastgelegd. In een dergelijk document zou duidelijk worden vastgelegd wat per locatie wel en niet is toegestaan. Dit kan zorgen voor meer helderheid, transparantie en voorspelbaarheid, en daarmee bijdragen aan het voorkomen van discussies in de uitvoering.

Verder werd benadrukt dat participatie een expliciet onderdeel vormt van de totstandkoming van het nieuwe horecabeleid. Vanuit de Vereniging Koninklijke Horeca is aangegeven dat zij actief zal bijdragen aan dit proces door het delen van best practices met de gemeente, onder andere op basis van ervaringen uit andere steden.

Tot slot

Tijdens de vragenronde kwam het gesprek opnieuw terug op de terrassenkwestie. Het stadsbestuur gaf daarbij aan dat de politieke discussie hierover reeds is gevoerd en dat momenteel wordt gewerkt aan de bekende pijnpunten die in de praktijk worden ervaren. Deze aandachtspunten worden meegenomen in het verdere uitwerkingsproces van het beleid.

Daarnaast bracht een ondernemer de zogenoemde ‘rookhekken’ in de uitgaansstraten ter sprake. Deze werden toegelicht als een mogelijke oplossing voor specifieke uitdagingen in drukke uitgaansgebieden, met name in de Smedestraat. Tegelijkertijd werd benadrukt dat dit geen generieke verplichting wordt voor andere horecazaken, maar uitsluitend wordt bekeken als maatwerk waar dat passend wordt geacht.

Er werd vooruitgekeken naar 2026, met de verwachting dat er tegen die tijd een grote stap is gezet in de ontwikkeling van het nieuwe horecabeleid. Het streven is om dit beleid in het eerste kwartaal van 2027 ter bekrachtiging aan de gemeenteraad voor te leggen, waarbij de hoop werd uitgesproken dat dit, gezien de urgentie van enkele onderwerpen, mogelijk eerder kan plaatsvinden.

De bijeenkomst werd afgesloten met de gezamenlijke constatering dat het gesprek open en constructief was. Zowel ondernemers als het stadsbestuur zagen deze avond als een stap in de goede richting. Na afloop was er gelegenheid voor een informeel drankje en verdere gesprekken.

 

Deel dit artikel

Koninklijke Horeca Nederland,
Vijzelmolenlaan 10-12, 3447 GX, Woerden