
Tijdens het verkiezingsdebat van Vereniging Amsterdam City en KHN Amsterdam gingen vertegenwoordigers van GroenLinks, PvdA, D66, VVD, CDA, Volt en JA21 met elkaar in gesprek over het ondernemersklimaat, de bezoekerseconomie en de kwaliteit van de openbare ruimte in Amsterdam. In een goed gevulde Beurs van Berlage discussieerden ondernemers en politici over de keuzes voor de komende bestuursperiode.
Voorafgaand aan het debat werd de Amsterdam City Index gepresenteerd. Daaruit blijkt dat de binnenstad economisch sterk blijft, maar dat ondernemers steeds meer druk ervaren. Twee derde van de ondernemers geeft het ondernemersklimaat een onvoldoende en bijna driekwart voelt zich onvoldoende gesteund door de gemeente. Tegelijkertijd blijft de aantrekkingskracht van Amsterdam groot en voelen veel ondernemers zich sterk verbonden met de stad.
Tijdens het debat stonden drie stellingen centraal over regeldruk, afval in de binnenstad en het toerismebeleid. Ondernemers en politieke partijen gingen met elkaar in gesprek over mogelijke oplossingen en de koers voor de komende bestuursperiode.
De 3 belangrijkste inzichten uit het verkiezingsdebat
1. Minder regeldruk en betere toetsing van beleid
Veel partijen steunen het idee van een lokale MKB-toets, zodat vooraf beter wordt gekeken naar de gevolgen van nieuwe regels voor ondernemers.
2. Afval in de binnenstad vraagt om praktische oplossingen Partijen erkennen dat het afvalprobleem serieus is. De discussie gaat vooral over de aanpak: investeren in afvalinfrastructuur, strengere handhaving of meer gezamenlijke verantwoordelijkheid.
3. Verschil van mening over de bezoekerseconomie
Sommige partijen willen minder sturen op aantallen overnachtende bezoekers en meer op gedrag, kwaliteit en spreiding van bezoekers. Andere partijen vinden dat grenzen aan het aantal overnachtende bezoekers nodig blijven om de leefbaarheid te beschermen, ook nu is gebleken dat de groei niet tegen te houden is.
Elke nieuwe gemeentelijke maatregel voor ondernemers moet een lokale MKB-toets krijgen
De stelling werd ingeleid door Eveline Doornhegge, manager van KHN Amsterdam. Zij schetste een beeld van regelgeving waar veel ondernemers in de praktijk tegenaan lopen en waarover veel frustratie bestaat. De regeldruk neemt toe, vergunningprocedures duren lang en de kosten blijven stijgen. Tegelijkertijd zien ondernemers dat incidenten vaak leiden tot nieuwe regels, waardoor een grote groep goedwillende ondernemers wordt geconfronteerd met extra verplichtingen. “Het wantrouwen van elke ondernemer lijkt de norm.”
Vooral het vergunningproces zorgt voor veel frustratie. Slechts 50% van de vergunningen wordt binnen de gestelde termijn afgehandeld, terwijl de kosten voor een horecavergunning met alcohol en terras inmiddels zijn opgelopen tot meer dan €5.000. Ook de verplichting om leidinggevenden op een vergunning bij te schrijven zorgt voor extra administratieve lasten zonder dat dit volgens ondernemers bijdraagt aan beter beleid. Landelijk wordt deze verplichting juist afgeschaft omdat uit onderzoek blijkt dat dit niet doelmatig is. Desondanks wil de gemeente Amsterdam deze verplichting toch opnemen in de APV.
Juist daarom klinkt de oproep om een lokale MKB-toets in te voeren, zodat vooraf wordt gekeken of regels echt nodig zijn en wat de gevolgen zijn voor ondernemers in de praktijk.
Wat is een lokale MKB-toets?
Een MKB-toets is een methode waarbij nieuw beleid eerst wordt beoordeeld op de gevolgen voor kleine en middelgrote bedrijven. Ondernemers worden daarbij betrokken bij nieuwe regelgeving, meerdere oplossingen worden onderzocht en er wordt gekeken naar uitvoerbaarheid, proportionaliteit, kosten en impact op ondernemers.
Daarna wordt de beste beleidsvariant gekozen en wordt beleid gemonitord zodat regels eventueel kunnen worden aangepast of afgeschaft. Ook moet kritisch worden bekeken welke lokale regels voor MKB-bedrijven kunnen verdwijnen.
Politieke reacties
Volt, VVD, D66, JA21 en het CDA spraken zich uit voor de invoering van een MKB-toets. Volgens deze partijen is de regeldruk de afgelopen jaren sterk toegenomen en worden ondernemers te weinig betrokken bij nieuwe regelgeving. Een MKB-toets kan volgens hen helpen om beleid beter uitvoerbaar te maken en onnodige regels te voorkomen.
GroenLinks en deels de PvdA waren kritischer. Zij erkennen dat de regeldruk moet worden verminderd, maar vrezen dat een extra regel juist kan leiden tot meer bureaucratie. Volgens hen moet de gemeente ondernemers vooral direct betrekken bij het maken van beleid en beter luisteren naar signalen uit de stad.
Brengpunten voor bedrijfsafval binnen 150 meter in het centrum
De stelling werd ingeleid door Hans Verhoeven, MKB-ondernemer en vertegenwoordiger van ondernemers op en rond het Spui. Hij benadrukte dat ondernemers dagelijks tegen problemen aanlopen bij het aanbieden van bedrijfsafval. Door beperkte inzamelmogelijkheden en strikte regels ontstaan regelmatig situaties waarin afval op straat belandt. Dit leidt tot boetes voor ondernemers en een vervuild straatbeeld.
Zijn boodschap was duidelijk samengevat in het uitgangspunt: “Schoon en Groen Samen Doen. Alleen door samen verantwoordelijkheid te nemen voor de openbare ruimte kan de binnenstad schoner en leefbaarder worden.”
Het probleem: afval in de binnenstad
Uit de Amsterdam City Index blijkt dat 88 procent van de ondernemers last heeft van afval in de directe omgeving van hun bedrijf. Twee derde vindt bovendien dat de stad de afgelopen jaren viezer is geworden. Het huidige systeem voor bedrijfsafval sluit volgens veel ondernemers onvoldoende aan bij de praktijk in de binnenstad.
Het voorstel van ondernemers
Ondernemers pleiten voor het realiseren van brengpunten voor bedrijfsafval binnen korte afstand van ondernemingen in het centrum, bij voorkeur via logistieke oplossingen over het water. Hiermee wordt het voor ondernemers makkelijker om afval correct aan te bieden en kan het aantal afvalzakken op straat worden verminderd.
Politieke reacties
Alle partijen erkennen dat de stad schoner moet worden en dat het afvalprobleem serieus is. De discussie gaat vooral over de aanpak: betere infrastructuur, meer handhaving of gedragsverandering.
D66 ziet vooral kansen in structurele investeringen in afvalinfrastructuur, bijvoorbeeld via een fonds voor de binnenstad en een betere organisatie van afvalinzameling. Ook staat de partij positief tegenover logistieke oplossingen via het water.
VVD steunt het idee van inzamelpunten en afvaltransport over water, maar wijst erop dat de infrastructuur daarvoor nog niet overal geschikt is. Volgens de partij moet de stad investeren in aanlegplekken en logistiek.
Volt benadrukt dat veel oplossingen al eerder zijn bedacht, maar dat uitvoering vaak te langzaam gaat. Volgens de partij moet de gemeente sneller opschalen en investeren in bestaande initiatieven.
GroenLinks en PvdA leggen meer nadruk op samenwerking en verantwoordelijkheid van bewoners en ondernemers. Volgens hen vraagt een schone stad ook om gedragsverandering.
CDA richt zich vooral op leefbaarheid. Volgens de partij moet afvalbeleid onderdeel zijn van een bredere aanpak van openbare ruimte en drukte in de binnenstad.
JA21 legt de nadruk op strakkere handhaving en duidelijkere regels, zodat afval niet op straat belandt en ondernemers en bewoners beter worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid.
Stop met de Verordening Toerisme in Balans als schijnoplossing
De stelling werd ingeleid door Yvonne Nassar, algemeen directeur van het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC). Zij benadrukte dat toerisme een belangrijke economische pijler is voor Nederland en ook voor Amsterdam en dat groei van de bezoekerseconomie een realiteit is.
Volgens haar kun je groei niet tegenhouden, maar wel sturen op wat die groei oplevert voor de stad.
“Kijk naar de waarde van toerisme voor bewoners, bedrijven en de stad als geheel. Verantwoorde groei betekent dat bezoekers bijdragen aan cultuur, lokale economie en leefbaarheid. Daarbij gaat het niet alleen om aantallen, maar juist om gedrag, kwaliteit en spreiding van bezoekers.”
Volgens Nassar zal groei sowieso plaatsvinden. De vraag is niet óf die groei komt, maar hoe de stad daarmee omgaat: laat je die groei gebeuren of stuur je actief op de waarde die toerisme toevoegt voor bewoners, ondernemers en bezoekers?
Wat is de Verordening Toerisme in Balans?
De Verordening Toerisme in Balans bepaalt dat het aantal toeristische overnachtingen in Amsterdam binnen een bandbreedte moet blijven met een maximum van 20 miljoen overnachtingen per jaar.
Volgens ondernemers werkt deze verordening vooral als een politieke bliksemafleider. Het debat blijft daardoor hangen op aantallen toeristen, terwijl volgens ondernemers juist gestuurd moet worden op gedrag, kwaliteit en spreiding van bezoekers.
Ondernemers pleiten daarom voor beleid dat inzet op bezoekers die de stad waarderen, cultuur bezoeken, lokale winkels gebruiken en respectvol omgaan met bewoners.
Politieke reacties
VVD, Volt, JA21 en het CDA steunden de stelling dat de focus minder op aantallen en meer op gedrag en spreiding moet liggen. Zij benadrukten onder andere dat internationale bezoekers die blijven overnachten vaak meer bijdragen aan de lokale economie. Een sterke focus op aantallen kan bovendien het risico vergroten dat dagtoerisme toeneemt, terwijl deze bezoekers vaak minder besteden.
GroenLinks, PvdA en deels D66 waren terughoudender. Zij vinden dat het stellen van grenzen aan toerisme nodig kan zijn om de leefbaarheid van de binnenstad te beschermen en te voorkomen dat de stad te veel wordt ingericht op toerisme.
De PvdA benadrukt dat te veel drukte niet goed is voor de stad en dat een monocultuur van toeristische functies het lokale ondernemerschap kan schaden. De partij gaf daarbij aan dat ongeveer tien procent bezoekers ten opzichte van het aantal bewoners een acceptabele verhouding kan zijn
JA21 stelt dat de grens van 20 miljoen overnachtingen inmiddels achterhaald is en dat het aantal richting 27 miljoen groeit. Volgens de partij leidt de hoge toeristenbelasting tot meer dagbezoekers. Daarom pleit JA21 voor meer focus op hoogwaardige bezoekers die langer blijven en meer besteden.
Het CDA benadrukt dat mensen niet naar Amsterdam komen voor een bed, maar voor het aanbod van de stad. Volgens de partij moet daarom niet alleen naar aantallen worden gekeken, maar ook naar de bredere impact op leefbaarheid en toerisme.
De VVD wil de grens van 20 miljoen overnachtingen afschaffen. Volgens de partij wordt er te veel gefocust op aantallen, terwijl het juist moet gaan over het type bezoeker dat de stad aantrekt.
Volt noemt het debat over aantallen vaak een schijnoplossing en wijst erop dat de gemeente maar aan een beperkt aantal knoppen kan draaien, zoals toeristenbelasting, cruises en Schiphol.
GroenLinks waarschuwt dat grote aantallen bezoekers de structuur van de binnenstad kunnen veranderen en tot een monocultuur kunnen leiden.
D66 wil vooral sturen op gedrag en respectvolle bezoekers. Samenwerking tussen gemeente, bedrijfsleven en kennisinstellingen is volgens de partij nodig om te bepalen hoe een gezonde bezoekerseconomie eruit moet zien.
In het debat werd duidelijk dat partijen verschillen in hun aanpak. Sommige partijen willen vooral sturen op aantallen, terwijl anderen meer nadruk leggen op gedrag, kwaliteit van bezoekers en spreiding over de stad.
Conclusie
Het debat maakte duidelijk dat de Amsterdamse politiek voor belangrijke keuzes staat. Ondernemers vragen om minder regeldruk, een betere balans in het toerismebeleid en praktische oplossingen voor de kwaliteit van de openbare ruimte.
Tegelijkertijd benadrukken politieke partijen dat leefbaarheid voor bewoners en ondernemers hand in hand moet gaan.
Mogelijk ook interessant
• We hebben de standpunten van verschillende politieke partijen over een aantal voor de horeca belangrijke dossiers voor je op een rij gezet. Mogelijk helpt dat je bij het uitbrengen van je stem komende woensdag. Ga stemmen!
• Zie ook het artikel in Het Parool over ons verkiezingsdebat.
Koninklijke Horeca Nederland,
Vijzelmolenlaan 10-12, 3447 GX, Woerden
Bel ons0348 48 94 89
Mail onsinfo@khn.nl
Meest recent





