Alle info over de ‘Verordening op Toerisme in Balans’ en de grens van 20 miljoen overnachtingen

Welke rol speelt deze verordening bij de plannen om de toeristenbelasting verder te verhogen?

02-11-2026
Toerist hotel2

In de discussie over verdere verhoging van de Amsterdamse toeristenbelasting verwijzen het college en politici regelmatig naar de Verordening op Toerisme in Balans. Die stelt een bovengrens van 20 miljoen toeristenovernachtingen per jaar. Hoe is die grens tot stand gekomen, hoe realistisch is deze en waarom blijven politici zich erop beroepen?

Tegelijkertijd verdedigt wethouder Melanie van der Horst de belastingverhoging vanuit de behoefte aan extra gemeentelijke inkomsten. Stichting Amsterdam heeft een Keuze (een groep van verschillende bekende bewoner groeperingen) probeert ondertussen via de rechter naleving van de verordening af te dwingen. KHN heeft zich als belanghebbende in die procedure gevoegd.

Over deze onderwerpen hebben we eerder bericht. De actuele ontwikkelingen zijn aanleiding om de achtergrond, politieke keuzes en juridische stand van zaken opnieuw op een rij te zetten.

Minder overnachtingen en meer belastinginkomsten

De Verordening op Toerisme in Balans vormt een belangrijke politieke onderbouwing voor maatregelen in de bezoekerseconomie. In het gesprek met KHN Amsterdam op 7 juli noemde wethouder Van der Horst twee doelen voor de verhoging van de toeristenbelasting: extra inkomsten en minder bezoekersdruk. Het coalitieakkoord voorziet in een tarief van 16% in 2027, gevolgd door jaarlijks één procentpunt extra tot 20%. Op 9 of 10 december besluit de gemeenteraad definitief over de begroting en daarmee over het tarief voor 2027.

Tijdens het hoteloverleg van 17 september lichtte de wethouder toe dat hierdoor de OZB en afvalstoffenheffing niet omhoog hoeven. Die raken Amsterdammers rechtstreeks; toeristenbelasting doet hun volgens haar geen pijn. De extra opbrengsten zijn onder meer bestemd voor afvalinzameling, buurtboa’s en een vastgoedfonds om toeristenwinkels te transformeren naar woningen.

Hoteliers benadrukten dat de markt en concurrentie bepalen wat gasten bereid zijn te betalen. Daardoor dragen ondernemers een deel van de belastingverhoging zelf. De gevolgen van deze verhoging raken ook cultuur, winkels, horeca en vervoer en daarmee de werkgelegenheid, voorzieningen en economische vitaliteit van de stad.

Bovendien treft de verhoging ook de duurzamere verblijfsbezoeker en bestaat het risico dat meer bezoekers buiten Amsterdam overnachten en de stad overdag bezoeken. Zo kan de druk op de binnenstad verder toenemen, terwijl deze bezoekers geen Amsterdamse toeristenbelasting betalen. Het aandeel dagbezoekers neemt de laatste jaren al toe: in 2025 ontving Amsterdam naar schatting 12,9 miljoen unieke dagbezoekers tegenover 10,1 miljoen verblijfsbezoekers.

De wethouder biedt geen enkele ruimte; een onhaalbare grens blijft het uitgangspunt

Tijdens het overleg werd opnieuw onderkend dat maximaal 20 miljoen overnachtingen niet haalbaar is. Toch houdt het college volgens de wethouder vast aan de verordening, die voortkomt uit de wens van een grote groep inwoners.

Daarmee blijft de spanning bestaan tussen minder overnachtingen en meer inkomsten uit diezelfde gasten. Volgens KHN moeten de gemeentelijke invloed op bezoekersaantallen en de economische gevolgen veel steviger worden onderbouwd.

Ruimte voor heroverweging deze bestuursperiode bood de wethouder niet, ook niet als de voorspelde bredere schade optreedt: niet meer, maar ook niet minder dan 20% toeristenbelasting. Wel zegde zij verdere uitwerking van de Commissie Bezoekerseconomie Amsterdam toe en wilde zij de zakelijke impact en mogelijke stimulering voor deze groep onderzoeken.

Hoe ontstond de verordening?

In 2020 startte het volksinitiatief Amsterdam heeft een keuze. De initiatiefnemers wilden de groei van het toerisme terugdringen en meer ruimte voor bewoners creëren. Hun zorgen betreffen onder meer drukte, overlast en de verandering van het winkelaanbod in de binnenstad. De verordening is in nauwe samenwerking met de Amsterdamse politiek tot stand gekomen. De gemeente ondersteunde actief de uitwerking tot de Verordening Toerisme in Balans.
KHN voerde vanaf het begin, met ondersteuning van juridische experts, verweer en waarschuwde voor de gevolgen voor de gastvrijheidssector. Dat beschreven wij destijds in Grote teleurstelling over ‘toerismeverordening’

Bij de petitie stond lange tijd een gemeentelogo, waardoor deze een gemeentelijke enquête leek. Dat logo is uiteindelijk verwijderd. Verder juridisch verweer om de verordening ongedaan te krijgen leek niet haalbaar. 

De gemeenteraad nam de verordening met vrijwel algemene steun aan. Alleen NIDA (een onbekende eenmansfractie) stemde tegen vanwege onvoldoende inzicht in de economische gevolgen.

De oorspronkelijke initiatiefnemers en huidige bestuurders zijn:

Wat betekent maximaal 20 miljoen?

De verordening legt een bandbreedte vast van 10 tot 20 miljoen toeristenovernachtingen per jaar, met 12 en 18 miljoen als signaalwaarden. Bij een verwachte overschrijding van de signaalwaarden moet het college een beleidsnota voorstellen met maatregelen om het aantal overnachtingen binnen de bandbreedte te brengen of te houden. Daarbij moet het ook de verwachte effecten aangeven. De verordening noemt onder meer vakantieverhuur en toeristenbelasting als mogelijke instrumenten.

Het gaat dus om overnachtingen, niet om afzonderlijke bezoekers. Eén gast die drie nachten blijft, telt als drie overnachtingen. Ook betreft de grens niet alleen hotels, maar andere betaalde verblijfsvormen, zoals vakantieverhuur en B&B’s.

Een jaartotaal zegt bovendien weinig over de drukte op een bepaalde dag of plek. Tijdens het hoteloverleg wezen ondernemers op voetbalwedstrijden, concerten en evenementen: die kunnen lokaal veel bezoekers trekken, terwijl elders in de stad nauwelijks extra drukte wordt ervaren. Voor effectief beleid zijn plaats, tijd, gedrag en verschillende bezoekersstromen minstens zo relevant.

Waarop is de grens gebaseerd?

De oorspronkelijke inzet van het volksinitiatief was 12 miljoen overnachtingen. Daarbij verwezen de initiatiefnemers naar het niveau van 2014, toen het toerisme volgens hen nog beheersbaar was. Tijdens het overleg met de gemeente werd de bovengrens verhoogd tot 20 miljoen. Dit onderhandelingsproces blijkt uit berichtgeving uit 2021 en uit de latere dagvaarding.

De grens is daarmee een politiek vastgestelde norm. De gepubliceerde toelichting bevat geen berekening die aantoont dat juist bij 20 miljoen overnachtingen een evenwicht ontstaat tussen leefbaarheid, ondernemerschap en bezoekers. Ook blijkt daaruit niet hoe de norm zich verhoudt tot een rendabele exploitatie van de vergunde hotelcapaciteit en brede economische impact voor de stad. 

Waarom is deze grens problematisch voor hotels?

Volgens de door KHN gehanteerde berekening komt 20 miljoen overnachtingen, afgezet tegen de vergunde hotelcapaciteit, neer op een bezetting van minder dan 60%. Daarbij is nog geen ruimte afgetrokken voor vakantieverhuur, B&B’s en andere verblijfsvormen. KHN heeft eerder gewaarschuwd dat een dergelijke structurele onderbenutting economisch niet rendabel is voor de sector.

Hotels hebben geïnvesteerd op basis van vergunningen en gemeentelijk beleid. Tegelijkertijd concurreren zij met hotels in omliggende gemeenten en andere Europese steden. Vooral de zakelijke en congresmarkt is gevoelig voor het totale prijsverschil tussen bestemmingen. Verloren congressen keren door de lange planningscycli niet zomaar terug.

Minder overnachtingen binnen Amsterdam betekenen bovendien niet automatisch minder bezoekers in de stad. Gasten kunnen in omliggende gemeenten overnachten en alsnog Amsterdam bezoeken. 
Tijdens het hoteloverleg erkende de wethouder dat het belasten van dagbezoekers ingewikkeld is, maar zij wil de mogelijkheden verder verkennen.

Waarom heeft de stichting de gemeente gedagvaard?

Stichting Amsterdam heeft een Keuze stelt dat de gemeente onvoldoende effectieve maatregelen neemt om het aantal toeristenovernachtingen te beperken. In september 2025 heeft zij de gemeente gedagvaard. De stichting vraagt de rechter onder meer om de gemeente te verplichten het aantal overnachtingen uiterlijk in 2028 terug te brengen tot onder de 20 miljoen en daaronder te houden zolang de regeling ongewijzigd geldt. Ook verlangt zij inzicht in de verwachte effecten van maatregelen. De rechter heeft deze eisen nog niet toegewezen.

Het initiatief ontvangt particuliere steun, onder meer van Alexander Klöpping. Hij zegt in diverse media €30.000 bij te dragen ter ondersteuning van de juridische procedure en woont zelf met zijn jonge gezin in de Amsterdamse grachtengordel en hekelt de toegenomen drukte, het aantal wafelshops en hotels. De vraag is of het allemaal zo ideëel is of de stichting niet wordt misbruikt door de eigen belangen van deze techmiljonair.
Ook lijkt de stichting op geen enkele manier oog te hebben voor de impact van minder overnachtingen tegen de bredere gevolgen voor bewoners, ondernemers en de stad. Het gaat hen alleen om het aantal overnachtende bezoekers en de inzet van het instrument toeristenbelasting om dit te reguleren. 

Waar gaat de juridische discussie over?

Een centrale vraag is of de verordening een inspanningsverplichting of een resultaatsverplichting oplegt. Moet de gemeente aantoonbaar maatregelen nemen, of moet zij daadwerkelijk garanderen dat het aantal overnachtingen onder de grens komt?

De stichting verdedigt die laatste uitleg. De gemeente stelt daartegenover dat de regeling bestuurlijke verplichtingen bevat en geen door derden afdwingbare garantie op een bepaald aantal overnachtingen. Over dit verschil berichtte ook Het Parool op 23 februari 2026.

De huidige procesfase draait eerst om de ontvankelijkheid van de stichting: voldoet zij aan de voorwaarden om deze collectieve vordering voor te leggen? Daartegen zijn meerdere juridische bezwaren aangevoerd. De rechter moet hierover nog beslissen voordat een inhoudelijke beoordeling kan volgen. We hopen voor het einde van het jaar hier een uitspraak in te zien. 

Wat doet KHN?

KHN heeft zich als belanghebbende in de procedure gevoegd om de belangen van ondernemers en de economische gevolgen voor de sector onder de aandacht te brengen. De juridische stukken van onze advocaat in deze zaak en in de procedure tegen de verhoging van de toeristenbelasting naar 12,5% in 2024 publiceren wij niet openbaar. Geïnteresseerde leden kunnen hierover contact opnemen met KHN Amsterdam.

Onze inzet blijft een aantoonbaar effectieve aanpak van drukte en overlast, met oog voor leefbaarheid, ondernemerschap en de bijdrage van bezoekers aan de stad. Daarbij horen betrouwbare impactmetingen, gerichte handhaving, spreiding en een zorgvuldige afweging van de economische gevolgen. Een politiek vastgesteld jaartotaal biedt daarvoor op zichzelf onvoldoende houvast. Ook stellen we de steeds verder oplopende toeristenbelasting aan de kaak. Hoewel dit geen bestemmingsheffing is, raakt de verhoging volgens KHN steeds verder verwijderd van de oorspronkelijke bedoeling van dit instrument.  Overnachtende bezoekers en de logiessector worden steeds meer als melkkoe gebruikt om de gemeentebegroting te dichten en daarmee het instrument toeristenbelasting misbruikt. 

Samen met strategisch gekozen partners zetten we onze lobby voort via inspraak, contacten met politici, bestuurders en ambtenaren en de media. Ook zetten we de lopende juridische procedures onverminderd door. Als de voorgenomen verhoging van de toeristenbelasting voor 2027 doorgaat, zien wij ons genoodzaakt nieuwe procedures te starten.

Een overzicht van andere relevante berichtgeving van KHN Amsterdam (een indicatie niet compleet): 


Binnenkort volgt ook nog een totaaloverzicht met onze lobby inspanningen op dit dossier. 

Deel dit artikel

Koninklijke Horeca Nederland,
Vijzelmolenlaan 10-12, 3447 GX, Woerden