ZZP en schijnzelfstandigheid: Belastingdienst handhaaft nog niet volledig in 2026

Toets op schijnzelfstandigheid en leg arbeidsrelaties goed vast
03-12-2025
ZZP schijnzelfstandigheid

In 2026 handhaaft de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid. Het kabinet heeft wel aangegeven dat vergrijpboetes in beginsel alleen aan de orde zijn als sprake is van opzet of grove schuld. Werkgevers kunnen echter nog steeds worden geconfronteerd met naheffingen en correcties wanneer achteraf blijkt dat feitelijk sprake was van een dienstverband. 

Wat geldt er in 2026?

De Belastingdienst controleert sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid. Het kabinet heeft aangegeven dat boetes in beginsel alleen worden opgelegd als sprake is van opzet of grove schuld. Bijvoorbeeld wanneer sprake is van een overduidelijk geval van schijnzelfstandigheid, wanneer een werkgever geen enkel onderzoek heeft gedaan naar de aard van de arbeidsrelatie of bewust waarschuwingen negeert. Naast een naheffingsaanslag kan in die gevallen een aanvullende boete worden opgelegd. 

Wat kan ik doen om naheffingen en een eventuele boete te voorkomen?

  • Werk je met zzp’ers? Toets dan kritisch of er geen sprake is van schijnzelfstandigheid.
  • Maak gebruik van de beschikbare hulpmiddelen, zoals de keuzehulp op www.hetjuistecontract.nl en de Q&A van KHN.
  • Kom je tot de conclusie dat sprake is van zelfstandig ondernemerschap? Leg de afspraken dan goed vast én zorg ervoor dat de praktijk aansluit bij wat op papier staat.
  • Houd er rekening mee dat het feit dat een werkende zelf als zzp’er wil werken of staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, niet automatisch betekent dat sprake is van ondernemerschap.
  • Beoordeel de arbeidsrelatie altijd op basis van alle feiten en omstandigheden.

Temper-uitspraak: feitelijke situatie is doorslaggevend

In juni 2026 oordeelde het Gerechtshof Amsterdam dat werkenden die via het platform Temper werkzaam waren, niet als zelfstandigen maar als uitzendkrachten moesten worden aangemerkt. Het Hof keek daarbij niet alleen naar de afspraken op papier, maar vooral naar de manier waarop in de praktijk werd gewerkt. 

De uitspraak laat zien dat factoren zoals de wens om als zzp’er te werken, een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het zelf kiezen van diensten of opdrachten op zichzelf onvoldoende zijn om ondernemerschap aan te nemen. Uiteindelijk wordt gekeken naar het totaal van feiten en omstandigheden. 

Voor horecaondernemers betekent dit dat extra voorzichtigheid geboden blijft bij het inzetten van zzp’ers voor reguliere werkzaamheden zoals bediening, barwerkzaamheden, keukenwerkzaamheden en afwaswerkzaamheden. 

Hoe zit het met nieuwe wetgeving?

Het kabinet heeft in maart 2026 aangekondigd het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) te schrappen. Dit onderdeel moest meer duidelijkheid geven over de vraag wanneer sprake is van zelfstandig ondernemerschap en wanneer van een arbeidsovereenkomst. Het kabinet wil hiervoor op termijn een afzonderlijke Zelfstandigenwet ontwikkelen.

Wel blijft het onderdeel over het rechtsvermoeden van werknemerschap in behandeling. Dit moet het voor werkenden met een lager uurtarief makkelijker maken om een beroep te doen op werknemersbescherming. Het kabinet wil hiervoor een tarief van € 38 per uur hanteren (prijspeil 2026).

Op dit moment is hierover nog geen definitieve besluitvorming genomen. Tot die tijd blijven de bestaande wetgeving en jurisprudentie leidend bij de beoordeling van arbeidsrelaties. 

Wil je meer weten?

Lees ook ZZP & Schijnzelfstandigheid, wat zijn de regels? | KHN en bekijk het Webinar ZZP en schijnzelfstandigheid | KHN op de website van KHN.

Deel dit artikel

Koninklijke Horeca Nederland,
Vijzelmolenlaan 10-12, 3447 GX, Woerden