
In Haarlem zijn voor een aantal terrasconcentraties inrichtingsplannen gemaakt. Deze inrichtinmgsplannen geven een verdeling aan van de terrasruimte. Na een uitspraak van de Raad van State blijkt dat de status van deinrichtingsplannen ondergeschikt is aan de APV en ‘slechts’ aangeeft voor welk terrasgebruik een melding volstaat en geen vergunning benodigd is.
De Raad van State beoordeelde eind 2023 een weigering van een vergunningaanvraag door een Haarlemse ondernemer en oordeelde dat de aanvraag voor de terrasvergunning verleend moest worden. Zie hier de uitspraak.
De rechtbank heeft overwogen dat in het Inrichtingsplan, dat in 2012 door het college is vastgesteld, wordt aangegeven op welke plaatsen een vergunningaanvraag voor een terras moet worden gedaan en op welke plaatsen slechts een meldingsplicht geldt. De APV uit 2012 bood namelijk die mogelijkheid. In de huidige APV bestaat dit onderscheid, en daarmee de meldingsplicht, echter niet meer. De burgemeester is weliswaar bevoegd om categorieën terrassen aan te wijzen waarvoor geen vergunningplicht geldt, maar niet is gebleken dat hij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Het Inrichtingsplan heeft de burgemeester niet bekrachtigd, zodat het geen beleid behelst, en ook heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij een vaste gedragslijn hanteert, waarbij alleen terrasvergunningen worden verleend voor gemarkeerde gebieden in het Inrichtingsplan. Ook heeft de rechtbank overwogen dat het Inrichtingsplan alleen bepaalt waar een vergunningplicht geldt. Hieruit volgt niet dat alleen op de gemarkeerde gebieden een terras is toegestaan. Dit betekent dat als sprake is van een vergunningplicht voor een terras, zoals nu, de burgemeester bij de aanvraag moet toetsen aan de weigeringsgronden zoals die in de huidige APV zijn neergelegd
Naar het oordeel van de Raad van State heeft de burgemeester niet deugdelijk gemotiveerd dat is voldaan aan de gronden uit artikel 2:32c van de APV op grond waarvan een aanvraag om een terrasvergunning kan worden geweigerd. Dat de burgemeester wil vasthouden aan de indeling van de openbare ruimte zoals die al jaren bestaat en zoals die destijds is afgesproken met ondernemers is begrijpelijk, maar vormt als zodanig geen weigeringsgrond in artikel 2:32c van de APV. De burgemeester heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom is voldaan aan de weigeringsgronden onder a en b van artikel 2:32c van de APV. De burgemeester verwijst in dit opzicht alleen naar ambtelijke adviezen van de Afdeling Erfgoed en de Afdeling Verkeer, maar heeft nagelaten die in te brengen of de inhoud ervan kenbaar te maken of weer te geven.
De burgemeester moet volgens de Raad van State dan ook onder andere inzichtelijker motiveren waarom desondanks een goede afwikkeling van het verkeer in het belang van de verkeersveiligheid door dit relatieve kleine terras niet mogelijk is en waarom vaststaat of met redenen is te vrezen dat de plaatsing van het terras een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat tot gevolg zal hebben waaraan door het opleggen van voorschriften niet voldoende tegemoet kan worden gekomen. Daarbij moet hij ook betrekken dat er zich al obstakels, waaronder een terras op de stoep bevinden en dat op de straat slechts bij uitzondering gemotoriseerd verkeer rijdt. Dat is niet voldoende onderbouwd en weigeringsgronden bieden onvoldoende houvast voor de burgemeester.
Lees via de link de volledige uitspraak en mogelijk dat ondernemers ook op andere locaties vergunningaanvragen succesvol kunnen indienen om hun terras uit te breiden of een nieuw terras kunnen plaatsen.
Koninklijke Horeca Nederland,
Vijzelmolenlaan 10-12, 3447 GX, Woerden
Bel ons0348 48 94 89
Mail onsinfo@khn.nl
Meest recent





