
Ze bestaan (respectievelijk) ruim honderd en honderddertig jaar: Banketbakkerij - Lunchroom In de Kroon en Café Ackens. En dat is niet het enige dat deze twee Limburgse ondernemingen gemeen hebben. Beide zijn al die jaren altijd in de familie gebleven. Hoe hebben Café Ackens en In de Kroon de tand des tijds doorstaan? En verwachten ze nog meer jubileumjaren te kunnen vieren?
In 1993 nam Frank Smeets In de Kroon in Roermond over van zijn ouders. Samen met zijn vrouw runt hij de zaak en hun twee dochters (25 en 23 jaar) draaien mee op de zaterdagen en in de vakanties. “Mijn grootouders startten de banketbakkerij met lunchroom in 1925. Het was een ambitieus concept voor die tijd”, vertelt Frank. “Door de Tweede Wereldoorlog moesten zij in 1946 praktisch opnieuw beginnen. Dat was heel cru. En in de afgelopen decennia overleefde In de Kroon nog een aantal turbulente perioden, waaronder een aardbeving.”
In zijn beginjaren werkte Franks opa in Brussel, waar hij onder andere kroketten leerde maken. De kalfskroket die daardoor in 1925 op de menukaart verscheen, staat er een eeuw later nog altijd op. “Onze kroket en ons pasteitje met dezelfde kalfsragout lopen als een rode draad door onze lunchroom. In de winkel geldt dat voor onze Limburgse vlaai en onze Christoffeltaart”, aldus Frank. Wat in de loop der tijd wel is veranderd, zijn de prijzen. “Ik heb een menukaart uit 1925 en toen kostte een kopje koffie vier cent.”
De tekst gaat onder de foto’s verder.
Ook de wisselwerking tussen de banketbakkerij en lunchroom wierp vanaf dag één haar vruchten af. Frank: “Eerst waren de winkel en lunchroom van elkaar gescheiden, ze deelden alleen het portiek. Mijn ouders lieten dat ook zo, maar wij kozen ervoor om er één grote ruimte van te maken. Dat is een van onze beste investeringen ooit geweest. Het zorgt voor meer beleving en dat is een toverwoord tegenwoordig. Onze omzet is daardoor ook substantieel gestegen.”
Dat Frank de zaak van zijn ouders zou overnemen, lag voor de hand. Maar het werd hem niet in de schoot geworpen. “Voordat ik bij mijn ouders in de zaak mocht komen, moest ik eerst een paar jaar ergens anders werken. Pas toen mijn vader vond dat ik goed genoeg was, mocht ik de zaak overnemen. Zo was dat bij hem ook gegaan”, vertelt Frank. “Na mijn opleiding in Zwitserland heb ik een tijdje in Amsterdam gewerkt en daarna nog een aantal jaren samen met mijn ouders in de zaak.”
“Pas toen mijn vader vond dat ik goed genoeg was, mocht ik de zaak overnemen.”
Volgens Frank weegt het verantwoordelijkheidsgevoel niet zwaarder als je een familiebedrijf overneemt, maar is het wel complexer: “Mijn vader en ik hadden een andere visie; hij was heel behoudend en ik wilde vooruit. In 1995 deden mijn vrouw en ik een investering van 250.000 gulden. Mijn vader was het daar niet mee eens en dit leidde tot een fikse discussie.” En nog iets dat erbij hoort: bij elk familiefeestje gaat het over de zaak. “Daar betrap ik mezelf nu ook op. Zo ben ik opgevoed en mijn dochters ook. Ze zijn echt in het bedrijf opgegroeid. Bij drukte stond de box in de keuken.”
Frank en zijn vrouw zijn beiden zestigers en werken elke dag keihard. “We hebben er nog veel zin in, maar we zijn wel aan het nadenken over een opvolger. We verwachten namelijk niet dat een van onze dochters de zaak gaat overnemen. Ook het vinden van banketbakkers en ander vakkundig personeel wordt steeds moeilijker. We hebben een banketbakker die al 23 jaar bij ons werkt en een medewerker die al 28 jaar in de bediening staat. Dat zie je tegenwoordig steeds minder. Willen we In de Kroon kunnen voortzetten, dan zullen we goed moeten nadenken over het concept.”
Ook Café Ackens in Kerkrade heeft een rijke geschiedenis. In 1895 richtte zijn overgrootvader het café op en daarmee is Wiel Ackens de vierde generatie. Al sinds zijn achttiende staat Wiel achter de toog van het familiebedrijf en in 1989 nam hij het van zijn ouders over: “Café Ackens is een buurtcafé met verenigingen als hoofdmoot. Ik heb een kegelbaan en kaarttafels.” Het café opent om 10.00 uur zijn deuren – behalve op dinsdag en woensdag - en Wiel runt het in z’n eentje. “Normaal sluit ik rond 22.00 / 23.00 uur, met een feestje wordt het wel eens nachtwerk.”
Vroeger was alles anders, volgens Wiel: “De horecawereld is veranderd. Vroeger waren mensen lid van verenigingen: de kegelclub, de kaartclub, de schutterij, de stoeterij, de harmonie. Dat waren mijn gasten en hun kinderen groeiden daarmee op. Maar die verenigingen hebben het steeds moeilijker. Leden worden ouder en stoppen, zonder dat er nieuwe aanwas komt. Jongeren doen tegenwoordig andere dingen. Toen ik in 1973 in het café begon, waren er in deze wijk 23 cafés. Dat zijn er nu nog maar drie. Het buurtcafé gaat verdwijnen.”
De tekst gaat onder de foto’s verder.
Wat nog meer is veranderd, is dat horecabedrijven tegenwoordig ook altijd eten bieden. “Ik heb alleen maar drank. Maar nu moet je er ook eten bij maken voor meer inkomsten. Hierdoor heb ik veel collega’s met een café zien stoppen. De jeugd heeft andere ideeën over de horeca. Ik zit anderhalve kilometer van het centrum, waar alle activiteiten zijn. Een jonge ondernemer haalt het in deze tijd niet meer met drank alleen”, aldus Wiel. Hij verwacht dan ook geen opvolger te vinden voor zijn café: “Als ik stop, zal het gedaan zijn.”
“Als ik stop, zal het gedaan zijn.”
Naast het honderddertig-jarig jubileum van Café Ackens vierde Wiel afgelopen jaar nog een jubileum: zijn zeventigste verjaardag. “Ik heb er dus maar tweehonderd jaar van gemaakt”, vertelt Wiel. “Sommige klanten komen hier al zo’n dertig à veertig jaar en zij vinden een feest leuk. Dus ik heb eind oktober vier dagen feest gevierd: met de carnavalsvereniging, met de kaartvereniging, met gewone klanten en zaterdag was er een receptie.” En nu op naar het volgende jubileum? “Ooit komt mijn einddatum. Maar zolang ik gezond blijf, blijf ik het doen.”
Koninklijke Horeca Nederland,
Vijzelmolenlaan 10-12, 3447 GX, Woerden
Bel ons0348 48 94 89
Mail onsinfo@khn.nl
Meest recent





