
Je betaalt meestal de lage WW-premie voor een medewerker met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is. Voor tijdelijke contracten en oproepcontracten betaal je meestal de hoge premie. Er gelden uitzonderingen, onder andere voor BBL’ers en jonge medewerkers met weinig verloonde uren.
In 2026 is de lage premie 2,74% en de hoge premie 7,74%. De percentages worden jaarlijks vastgesteld.
De arbeidsovereenkomst moet aan drie voorwaarden voldoen:
Een wisselend rooster betekent niet automatisch dat sprake is van een oproepovereenkomst. Een vast aantal uren per jaar met een gelijkmatig over het jaar gespreid loon kan ook onder de lage premie vallen. Voor nuluren- en min-maxcontracten geldt in beginsel de hoge premie.
Gaat een tijdelijk contract over in een contract voor onbepaalde tijd? Leg dit schriftelijk vast. Dat kan met een aanvulling op de bestaande arbeidsovereenkomst, ondertekend door jou en de medewerker. Bewaar deze bij de loonadministratie.
De lage premie geldt ook:
Voor bepaalde uitkeringen die je als werkgever betaalt of doorbetaalt, geldt eveneens de lage premie. Laat je salarisadministrateur beoordelen hoe deze verwerkt moeten worden.
Ook als je de lage premie terecht toepast, kan achteraf herziening nodig zijn:
Let op: bij BBL’ers en jonge medewerkers die aan de uitzonderingsvoorwaarden voldoen, gelden deze herzieningsregels niet. Laat je salarisadministrateur dit controleren.
Controleer samen met je salarisadministrateur of de contracten, schriftelijke aanvullingen en verloonde uren correct zijn verwerkt. Houd bij parttimers gedurende het jaar bij of herziening dreigt. Je bent als werkgever verantwoordelijk voor de juiste premieafdracht en eventuele correcties.
Bekijk de uitleg van de Belastingdienst over de lage en hoge WW-premie. Daar vind je de voorwaarden, uitzonderingen en informatie over het herzien van de premie.
Vragen over je arbeidsovereenkomsten? Neem contact op met KHN Advies via 0348 48 94 89 of khnadvies@khn.nl.