Bedrijfsadvies_H0A0265

Q&A over zzp’ers en schijnzelfstandigheid

Vragen gesteld tijdens de webinar

Hieronder vind je de Q&A over zzp’ers en schijnzelfstandigheid.

  • Als een zzp’er schriftelijk bevestigt dat er meerdere opdrachtgevers zijn, kan je dan alsnog als ondernemer verantwoordelijk gehouden worden?

Ja. Het hebben van meerdere opdrachtgevers is slechts één aanwijzing voor ondernemerschap. Doorslaggevend is hoe de werkrelatie in de praktijk wordt uitgevoerd.

De Temper-uitspraak laat zien dat ook bij een btw-nummer, KvK-inschrijving en meerdere opdrachtgevers toch sprake kan zijn van een arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst als het werk feitelijk wordt verricht onder gezag, onderdeel is van de normale bedrijfsvoering en de werkende weinig ondernemersrisico loopt. 

Kortom: een schriftelijke verklaring dat een zzp'er meerdere opdrachtgevers heeft, sluit schijnzelfstandigheid niet uit. De feitelijke situatie blijft bepalend. 

  • Kan de zzp'er zelf ook een dienstverband claimen?

Ja. Naast handhaving door de Belastingdienst kan een zzp'er zelf bij de rechter stellen dat feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst. Daarbij kijkt de rechter naar de feitelijke uitvoering van het werk en niet alleen naar wat partijen in het contract hebben afgesproken. De zzp'er kan daarbij met terugwerkende kracht aanspraak maken op de rechten en bescherming die horen bij een arbeidsovereenkomst, zoals loon, vakantiegeld, pensioenopbouw (indien van toepassing) en mogelijk een transitievergoeding bij beëindiging van de arbeidsrelatie.

De Temper-uitspraak bevestigt opnieuw dat de feitelijke werksituatie doorslaggevend is bij de beoordeling van de arbeidsrelatie. 

  • Een zzp'er werkt tegen een hoger tarief dan werknemers. Kan hij achteraf én het hogere zzp-tarief behouden én een arbeidsovereenkomst claimen?

Nee, niet automatisch. Een zzp-tarief is meestal hoger dan het loon van een werknemer, omdat daarin ook kosten zijn verwerkt voor bijvoorbeeld verzekeringen, pensioen, periodes zonder werk en andere ondernemersrisico's. Als achteraf wordt vastgesteld dat sprake was van een arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst, betekent dat niet automatisch dat het betaalde zzp-tarief wordt omgezet in loon. Wel kan discussie ontstaan over de vraag welke arbeidsvoorwaarden en beloning van toepassing waren geweest als vanaf het begin sprake was geweest van een dienstverband. 

  • Veel zzp’ers hebben zowel kenmerken van werknemer als van zzp’er. Wegen alle kenmerken even zwaar? En als iemand 50/50 zit, hoe weet je dan wat het oordeel gaat zijn?

Er is geen vaste checklist waarbij ieder criterium even zwaar meetelt. De Belastingdienst en de rechter kijken naar alle feiten en omstandigheden van de samenwerking in onderlinge samenhang. Daarbij kunnen sommige kenmerken in een concreet geval meer gewicht krijgen dan andere. De feitelijke uitvoering van het werk is daarbij doorslaggevend. De recente rechtspraak over Deliveroo, Uber en Temper bevestigt dat niet één factor, maar het totaalbeeld bepaalt of sprake is van ondernemerschap of van werken in loondienst.

  • Hoe voorkom ik een vordering van de Belastingdienst?

Kijk kritisch naar alle samenwerkingen met zzp'ers. Als je niet aannemelijk kunt maken dat sprake is van echte zelfstandigheid, is het verstandig de samenwerking aan te passen of de werkende in loondienst te nemen. Kijk daarbij vooral naar de feitelijke uitvoering van het werk: de mate van zelfstandigheid, ondernemersrisico, gezagsverhouding en de inbedding van het werk in de onderneming. De recente rechtspraak laat zien dat de feitelijke situatie zwaarder weegt dan de afspraken op papier. 

  • Als iemand een overeenkomst van opdracht tekent dan is het toch vreemd dat deze persoon achteraf gaat claimen dat hij/zij in dienst is? Hoezo gaat de rechter daarin mee?

Dat lijkt misschien vreemd, maar volgens vaste rechtspraak is niet doorslaggevend wat partijen hun overeenkomst noemen. De rechter kijkt vooral naar hoe partijen in de praktijk hebben samengewerkt. Een overeenkomst die op papier een zzp-overeenkomst is, kan daarom toch worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst als de feitelijke situatie daarop wijst. 

Bij die beoordeling kijkt de rechter naar alle omstandigheden van het geval. 

Ook het uurtarief speelt een rol, maar het is niet doorslaggevend. Een hoog tarief kan een aanwijzing zijn voor ondernemerschap, omdat een zelfstandige uit dat tarief ook kosten moet betalen voor bijvoorbeeld verzekeringen, pensioen, administratie en periodes zonder werk. Een hoog tarief maakt iemand echter niet automatisch ondernemer. 

De recente Temper-uitspraak laat dit goed zien. Het hof noemt dat veel werkers een relatief behoorlijk uurtarief ontvingen, maar oordeelde toch dat sprake was van een uitzendovereenkomst. Doorslaggevend waren onder meer de inbedding van het werk bij de opdrachtgever, het beperkte ondernemersrisico en de wijze waarop de werkzaamheden feitelijk werden verricht. 

Samenvattend: een handtekening onder een zzp-overeenkomst, een KvK-inschrijving, een btw-nummer of een relatief hoog uurtarief zijn allemaal relevante omstandigheden, maar geen van die factoren is op zichzelf beslissend. Uiteindelijk kijkt de rechter naar het totaalplaatje van de arbeidsrelatie. 

  • In hoeverre kun je bij het inhuren van mensen via een platform als Temper ervan uitgaan dat sprake is van zelfstandig ondernemerschap?

De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 16 juni 2026 over Temper laat zien dat platformwerkers ondanks een overeenkomst van opdracht, een btw-nummer of een KvK-inschrijving toch als werknemer of uitzendkracht kunnen worden aangemerkt. Het werken via een platform biedt daarom geen garantie dat fiscaal en arbeidsrechtelijk sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Beslissend blijft hoe in de praktijk wordt gewerkt.

  • Speelt de hoogte van het zzp-tarief een doorslaggevende rol bij de beoordeling van schijnzelfstandigheid?

Nee. Er geldt geen verplicht minimumtarief om als zelfstandige te worden aangemerkt. Het uurtarief is slechts één van de factoren die meewegen bij de beoordeling van een arbeidsrelatie. Er wordt altijd gekeken naar het totaalbeeld van de samenwerking.

Wel blijft in het wetsvoorstel VBAR het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bestaan voor werkenden met een uurtarief onder € 38 per uur. In dat geval kan een werkende eenvoudiger stellen dat sprake is van een dienstverband. De opdrachtgever kan vervolgens aantonen dat toch sprake is van zelfstandigheid.

  • Wat is het toegestane minimum uurloon voor zzp’ers?

Er geldt momenteel geen wettelijk minimumuurtarief voor zzp'ers. Een laag tarief kan echter een aanwijzing zijn dat mogelijk geen sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Bij de beoordeling van een arbeidsrelatie wordt gekeken naar alle feiten en omstandigheden. Daarbij kan ook worden meegewogen of de vergoeding voldoende ruimte biedt voor kosten en risico's die bij ondernemerschap horen, zoals verzekeringen, pensioenopbouw en periodes zonder werk. Kortom: er bestaat geen verplicht minimumuurtarief voor zzp'ers, maar een tarief dat dicht ligt bij het loon van werknemers kan een aanwijzing zijn dat de arbeidsrelatie nader moet worden beoordeeld.

  • Wanneer wordt het VBAR wetsvoorstel definitief?

Het wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden) is in zijn oorspronkelijke vorm niet doorgezet. Het kabinet heeft wegens onvoldoende draagvlak besloten het onderdeel dat de beoordeling van arbeidsrelaties moest verduidelijken te schrappen. Wel blijft het onderdeel van het wetsvoorstel dat het rechtsvermoeden van werknemerschap introduceert in behandeling.

Dit rechtsvermoeden geldt voor zelfstandig werkenden met een uurtarief tot € 38 per uur (prijspeil 2026). Wanneer een zzp'er onder deze grens werkt, kan deze stellen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. In dat geval is het aan de opdrachtgever om aan te tonen dat daadwerkelijk sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Lukt dat niet, dan kan de werkende aanspraak maken op de rechten en bescherming die horen bij een dienstverband. 

Het wetsvoorstel is nog niet definitief aangenomen. De verdere parlementaire behandeling van het onderdeel rechtsvermoeden loopt nog. Totdat hierover definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, blijven de bestaande wetgeving en jurisprudentie leidend voor de beoordeling van arbeidsrelaties. Daarnaast handhaaft de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid.

Het kabinet werkt inmiddels aan een nieuwe Zelfstandigenwet, die de positie van zelfstandigen in de toekomst beter moet regelen.