Vrijdag 4 april is het Nationale Pannenkoekendag; voor ons een mooie aanleiding om een kijkje in de keuken te nemen van twee pannenkoekenondernemers. Kees Haalboom van Pannenkoekenhuizen en Joost Suijten van Pannenkoe geven hun visie op ondernemen in de pannenkoekenbranche. Hoe ziet hun concept eruit? Hoe belangrijk is het om te vernieuwen? En natuurlijk: wie lust er een pannenkoek?
Pannenkoeken en succes, dat hebben Pannenkoekenhuizen en Pannenkoe gemeen. Tegelijkertijd verschillen de ondernemingen behoorlijk in hun aanpak. Pannenkoekenhuizen kiest ervoor om niet te franchisen en focust zich niet specifiek op kinderen. Pannenkoe is een echte franchiseorganisatie die het liefst bij elke vestiging een speelparadijs zou plaatsen.
Met vijf pannenkoekenhuizen in midden-Nederland doet Kees Haalboom precies wat hij altijd al voor ogen had: ondernemen in de pannenkoekenbranche. Begin 2000 werd hij eigenaar van de eerste twee vestigingen en in 2024 opende hij zijn nieuwste vestiging. In de tussentijd trad Alex Blaauwendraat toe als algemeen directeur om de organisatie te versterken. “Pannenkoekenhuizen richt zich op een brede doelgroep. Jong, oud, hoogopgeleid, laagopgeleid; iedereen eet pannenkoeken. Daarom zijn wij geen traditionele pannenkoekenboerderij met rood-wit geblokte tafelkleedjes en staat niet alles in het teken van kinderen”, vertelt Kees. “We willen continu vernieuwen en kijken naar hoe we ook in de toekomst gezond kunnen exploiteren. Duurzaamheid is daarin belangrijk, zoals minimale voedselverspilling, duurzame materialen en energiebesparende maatregelen. Ook aansluiten bij de natuurlijke omgeving van onze vestigingen hoort daarbij. In ons concept Binnenstebuiten verbinden we binnen met buiten en andersom. Zo hebben we allerlei buitenactiviteiten en een doeboek met wetenswaardigheden over de natuur. En met onze inrichting, veel hout en groen, halen we buiten naar binnen.”
Joost Suijten is de geestelijk vader van Pannenkoe dat elf vestigingen, grotendeels in Zuid-Holland, telt. Sinds de eerste vestiging in 2010 zijn Rolf Mampaey en Ewout Mampaey mede-eigenaar. “Met z’n drieën hebben we het concept uitgedacht. Eigen gordijntjes, een ijsje in de vorm van een koe, de Pannenkoerant; het stond vanaf het begin en we voeren het nog altijd door in onze nieuwe vestigingen. Ook is het concept flink uitgebreid en verfijnd. Zo hebben we veel merchandise, waaronder Pannenkoe Lego, Pannenkoe knuffels en limited edition Nike’s Koeforce 1. We bieden iets voor 0 tot 99 jaar - pannenkoeken zijn geliefd onder alle leeftijden - maar de focus ligt meer op kinderen. Onze vestiging in Krimpen aan den IJssel heeft bijvoorbeeld een indoor speelparadijs van 250 m2. Zijn we in de gelegenheid, dan bieden we graag een speeloptie. Zo hebben we overdag ook meer aantrekkingskracht”, aldus Joost. “Het pannenkoekenhuis mag van mij best een ouderwets en kneuterig gevoel geven, maar we gaan wel met de tijd mee. Zeker qua personeel, apparatuur en natuurlijk receptuur. Zo zijn we met het NK Lekkerste Pannenkoek al een keer tweede, eerste en derde geworden met een vernieuwende pannenkoek. En tegenwoordig hebben we ook pannenkoeken van vegan beslag.”
Qua ondernemingsvorm pakken Pannenkoekenhuizen en Pannenkoe het compleet anders aan. Voor Kees is het een bewuste keuze om niet te franchisen: “We zijn een familiebedrijf en dat gevoel wil ik behouden. Ook wil ik de kwaliteit doorlopend bewaken en lokaal mijn gezicht altijd kunnen laten zien, zodat gasten weten dat ze bij mij terechtkunnen.” Volgens Joost is de franchisevorm juist datgene wat Pannenkoe zo succesvol maakt: “We kunnen ons concept steeds verder uitrollen en verfijnen. Dit voeren we ook weer door in de oudere vestigingen. We zoeken gericht naar geschikte panden en franchisenemers. Soms nemen we ook een organisatie met meerdere vestigingen over. Op deze manier hopen we er zo’n twee per jaar op te zetten en in de toekomst landelijk tussen de veertig en vijftig vestigingen te hebben.” Kees’ groeimodel is juist op basis van geleidelijkheid: “We hebben geen harde doelen. Als we het in mijn arbeidzame bestaan naar acht vestigingen kunnen brengen, dan is dat leuk. Zo niet, ook prima.”